Het boek

Help ik ben een autist! Ik was het al voordat ik het wist.

In de zomer van 2016 zaten wij met groep 8 en een grote club leerkrachten op een kamplocatie in Wijk aan Zee. Nadat er patat en frikandellen waren gehaald en de kids met een volle maag even vrije tijd hadden konden de inmiddels uitgeputte leerkrachten, waaronder ik, aan de koffie. Wij deelde de locatie met een andere basisschool en gedurende de middag had ik al opgevangen dat het hier om kinderen ging met autisme. Tijdens de koffie merkte 1 van de leerkrachten op dat je niet aan de kinderen kon zien dat ze autisme hadden.

Buiten Jaqueline was nagenoeg niemand op de hoogte van mijn diagnose autisme en op dat moment besloot ik in de groep te gooien dat je het bij mij ook niet kan zien maar dat het er wel is. Na deze boodschap ontstond een gesprek wat zeker 2 uur heeft geduurd. Door de vragen die gesteld werden over hoe ik met mijn autisme omga en de toch wel aanwezige onwetendheid over autisme bij mensen met een normale tot hoge intelligentie  ontstond bij mij het idee om hier wat mee te gaan doen.

Op jonge leeftijd bleek al dat ik de wereld anders zag als mijn leeftijdsgenoten. Niet alleen zag ik het anders, ook mijn manier van doen was anders. Motorisch bleef ik achter, een bal vangen was een uitdaging en mijn tenengang bleef niet onopgemerkt. Gevolg was dat ik al vroeg buiten de groep viel en een prima kandidaat was om eens lekker te pesten.

In het gezin liep het ook al niet al te best. Op mijn 3e besloten mijn ouders uit elkaar te gaan met de nodige lange afstandsverhuizingen tot gevolg. Nadat de rust terug was gekeerd ontwikkelde kleine Pascal zich steeds meer als een kind met een gigantische gebruiksaanwijzing. Iets wat mijn ouders al snel uit handen moesten geven aan de huisartsen en andere hulpverleners.

Richting de pubertijd verergerde de situatie en toen mijn gezin op mijn 14e noodgedwongen Gelderland moest verlaten om in Limburg te gaan wonen was dit voor mij een teken om nog verder achteruit te rennen. Gedurende mijn eindexamenjaar besloot de hulpverlening mijn ouders te adviseren mij te plaatsen in een kliniek voor persoonlijkheidsstoornissen wat mijn ouders uiteindelijk gedaan hebben.

Deze interne behandeling heeft een jaar geduurd waarna ik het gewone leven weer kon gaan oppakken en wonderbaarlijk lukte mij dat erg goed. Binnen een aantal jaar had ik een goede baan. Ik was onder andere clown op een bungalow park en had ook enkele sociale contacten opgebouwd. Vriendinnetjes kwamen en gingen, eigenlijk het normale leven. In die tijd voelde ik me eigenlijk prima. Kijk ik nu terug op die tijd kijk ik er toch iets anders na.